Hoe plant ik een boom

Wij geven 100% Groeigarantie op de bomen of struiken met kluit of in pot. Om er zeker van te zijn dat de boom goed geplant wordt, geven wij u deze folder mee. Want een boom planten is meer dan een gat graven en weer dicht gooien. Onze ervaring leert dat de meeste klanten die terugkomen met een dode boom en beweren dat die niet goed geleverd is, de boom slecht tot zeer slecht hebben gepoot, of zelfs in hele slechte grond of gele zand planten.

Plantgat

Een van de belangrijkste punten waar het vaak fout gaat is bij het maken van het plantgat. Deze dient 2 tot 2,5 maal zo diep te worden uitgegraven als de hoogte van het wortelgestel. Het plantgat dient ongeveer 15 tot 20 cm breder uitgegraven te worden dan het wortelgestel of de (groei-)kluit (zie afbeelding 2).
Als er een harde laag in de bodem zit (zone A, afb. 1), dan moet deze alsnog worden doorgespit. Dit is erg belangrijk. Als de harde laag blijft zitten staat de boom s winters te verdrinken doordat er geen capillaire werking is, dat betekent dat de boom geen grondwater op kan nemen omdat er geen blad aan de boom zit dat het water weer kan verdampen. Als u een suikerklontje in een laagje water legt, zuigt hij zich vol, dit is capillaire werking.
Het belangrijkste is dat de wortels vaak niet door de harde laag heen kunnen groeien, waardoor de boom op latere leeftijd om kan vallen doordat de wortels niet diep genoeg kunnen groeien. Een boom die goed geplant is blijft er ook echt gezond uit zien.

Boompalen

Na het graven van het plantgat zet u de boom erin, (deze staat nu nog veel te diep) en draait u hem naar wens, met de mooiste kant in het zicht. Dan kijkt u of de boompaal op zijn plaats kan staan. De paal moet ongeveer 20-35 cm van de boom af staan, waarbij geldt: hoe zwaarder de boom, hoe groter deze afstand.
Van groot belang is de windrichting, deze komt meestal uit zuidwestelijke richting. Bij 1 boompaal komt de windrichting er nauw op aan, bij 2 boompalen minder mits u hem niet haaks op de windrichting zet, en bij 3 is de windrichting niet meer van belang. Als de boom omgeven wordt door gebouwen of schuttingen is het effect van de wind ook minder en kan hier ook minder nauwkeurig mee om worden gegaan. Als de boompalen niet passen vanwege een wortel kunt u de boom een stukje draaien of beperkt een wortel wegknippen. U haalt de boom uit het plantgat en boort met een grondboor een gat voor de boompaal, of evt. boompalen. U slaat de palen aan, zodat deze stevig in de grond staan. Eventueel kunt u met de achterkant van een hark (of andere steel) de grond rond de paal aanstampen. Het mooiste is het als de boompaal tot ongeveer 1/3 van de hoogte van de boom komt (zie afb. 1). Daar plaatst u ook de boomband, deze mag beslist niet hoger worden bevestigd. Bomen die niet goed verankerd in de grond staan en wiebelen vanwege de wind zullen niet of moeilijk aanslaan.

U heeft nu de boompalen staan en de boom naast het plantgat liggen. Verwijder nooit het het metalen net van de draadkluit (dit is speciaal metaal wat binnen een jaar geheel is verdwenen) .Hierdoor kunnen de zo belangrijke haarwortels van de boom beschadigen. U vult het gat weer aan tot de hoogte van het wortelgestel (afb. 1) en loopt dit stevig aan. Niet aanstampen! Vergeet niet de drain te plaatsen en zorg er voor dat deze een stukje boven de grond uit steekt, anders kunt u geen water geven en kan er grond in de drain komen. De boom moet 2a3 cm lager worden gepoot dan hij uit de grond kwam, dit is te zien aan het kleurverschil op de bast (vaak ca. 5 a10 cm boven de eerste wortel). Belangrijk is dat de aangevulde grond goed stevig met de voet wordt aangetrapt.

Overige verzorging

Als u de boom gepoot heeft, en hij heeft nog geen bladeren, geef dan beperkt water. Vaak is de hulp van de natuur al genoeg. Als het 15 dagen droog is geweest dient water gegeven te worden. Zorg er voor dat de grond vochtig is, maar absoluut niet te nat. Het heeft geen zin om grote hoeveelheden water te geven als de boom geen blad draagt, omdat de boom dan geen vocht opneemt. Uitzonderingen zijn groenblijvende bomen of heesters die s'winters veel meer water nodig hebben. De gevaarlijkste dagen zijn die met een temperatuur van 1 a 2 graden vorst, in combinatie met zon en wind. Op deze dagen sneuvelen de meeste bomen en planten door uitdroging, vooral de groenblijvers.
Als de knoppen beginnen uit te lopen, dient u grotere hoeveelheden water te geven. Als de boom nu nog te nat staat zal hij het alsnog kunnen begeven, omdat hij nog steeds niet veel vocht verdampt via het blad. Geef dus matig water, bijvoorbeeld 5 liter per week. Als de boom volop in het blad staat, heeft hij wekelijks 10-25 liter water nodig. In de periode tussen de knoppen en het volle blad is het aan te bevelen de hoeveelheid water dat gegeven wordt geleidelijk op te bouwen.

Hoe plant ik Bomen en planten met kluit/draadkluit:

Vaak word de vraag gesteld, moet ik de jute/acriel/draadkorf van de boom afhalen.

Het antwoord daarop is nee, dit moet blijven zitten zodat de kluit niet uit elkaar valt en de jonge haarwortels niet afbreken, doet u dit wel dan vervalt de groeigarantie.

De jute/acriel/draadkorf is van speciaal afbreekbaar matriaal gemaakt, en vergaat in de loop van de tijd.